Springersknie

Een springersknie, ook wel apexitis patellae of jumper's knee genoemd, is een overbelastingsblessure van de kniepees. De kniepees loopt van de onderkant van de knieschijf (apex patellae) naar het onderbeen (tuberositas tibiae). Kniebelastende activiteiten veroorzaken een stekende pijn ter plaatse van de degeneratieve pees, net onder de knieschijf. Na het sporten veroorzaakt de blessure hier een zeurende pijn. 's Morgens na het opstaan voelt de knie(pees) ook even stijf aan.

Hoe ontstaat zo'n springersknie (apexitis patellae)?

Bij plotseling stoppen en starten, het maken van snelle richtingsveranderingen, en bij springen, vinden explosieve spiercontracties van de bovenbeenspieren plaats. Deze explosieve activiteiten kunnen zorgen voor een overbelasting van de kniepees. Verkorte bovenbeenspieren, of bovenbeenspieren waar veel spanning op zit, kunnen bijdragen aan de overbelasting van de kniepees, wat de ontwikkeling van een springersknie in de hand werkt. Mobiliteitsstoornissen van onder andere het kniegewricht, het SI-gewricht, of de lage rug kunnen net als standsafwijkingen van voeten en benen een rol spelen in de ontwikkeling en het in stand houden van de blessure.

Wat kan de sporter doen bij jumper's knee?

De totale belasting zal moeten worden verminderd. Pijnlijke trainingsactiviteiten moeten worden aangepast of weggelaten uit de trainingen. Verder kunnen rekoefeningen van het bovenbeen en koeling met ijs of een cold-pack de kniepijn (na een training) verlichten.

Welke behandelmethode volgt het SMC KNVB bij deze blessure?

Als het vermoeden bestaat dat er sprake is van een springersknie, is het belangrijk dat dit beoordeeld wordt door een sportarts. Doortrainen brengt het risico met zich mee van een verergering van de blessure. De sportarts kan beoordelen of het inderdaad een springersknie betreft of dat er mogelijk sprake is van een andere blessure. In dit deel van het lichaam kunnen namelijk ook andere blessures voorkomen, zoals een (gedeeltelijke) scheur in de kniepees, patellofemorale kniepijn, infrapatellaire bursitis, Hoffitis of de ziekte van Sinding-Larsen-Johansson.

De sportarts kan beoordelen welke factoren hebben bijgedragen aan het ontstaan van de blessure. Zo nodig zal het Sportmedisch Centrum (SMC) van de KNVB aanvullend onderzoek laten verrichten. Op basis hiervan zullen individuele adviezen worden gegeven. Denk daarbij aan bijvoorbeeld zooltjes, een specifieke knieband of tape, medicatie, trainingsadviezen, oefentherapie en/of manuele therapie.

TIP

De voordelen van preventief tapen

Preventief enkel tapenOnderzoek toont aan dat elk jaar zo'n 11 miljoen sporters zijn die samen 3,5 miljoen sportblessures oplopen. Hiervan ontstaan er 2,7 miljoen plotseling waarbij knie- en enkelblessures het meest voorkomen.

Lees verder..